ECLI:NL:RBMNE:2014:764
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.P.C.M. Waarts
- M.P. Glerum
- J.R. Krol
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte diefstal en heling monstrans Museum Catharijneconvent Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 28 februari 2014 de zaak tegen een 23-jarige man uit Utrecht die werd verdacht van diefstal en heling van een waardevolle monstrans uit het Museum Catharijneconvent in januari 2013. De verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen de monstrans te hebben gestolen en later te hebben geheeld.
Tijdens de zitting op 14 februari 2014 was de verdachte niet aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn advocaat. De officier van justitie baseerde het bewijs onder meer op CIE-informatie, tapgesprekken en DNA-sporen op een vluchtscooter. De verdediging voerde aan dat het DNA onrechtmatig was verkregen en dat het bewijs onvoldoende was om schuld aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat de afname van het DNA-materiaal onrechtmatig was omdat er ten tijde van de afname onvoldoende ernstige bezwaren waren. Hierdoor werden de DNA-resultaten uitgesloten als bewijs. Verder was er onvoldoende bewijs dat de aangetroffen scooter daadwerkelijk bij de diefstal was gebruikt. Gezien het gebrek aan overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij, Stichting Museum Catharijneconvent, werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Ook werd het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland, waarbij twee rechters verhinderd waren het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatige DNA-afname.