Uitspraak
zaaknummer: UTR 13/3903
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2014 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats ] , eiser (gemachtigde: A. Oosters),
Procesverloop
Overwegingen
€164.500,-.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser kocht in september 2011 een nieuwbouwwoning voor €149.900 en besteedde €7.000 aan afwerking. Verweerder stelde de WOZ-waarde voor 2013 vast op €196.000, gebaseerd op stichtingskosten en taxatierapporten. Eiser betwistte dit en stelde een lagere waarde van €157.000 voor.
De rechtbank overwoog dat de waarde in het economisch verkeer moet worden vastgesteld op basis van de prijs die een meestbiedende gegadigde zou betalen, waarbij de aankoopprijs van de woning kort voor de waardepeildatum in principe als uitgangspunt dient, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet representatief is. Verweerder slaagde er niet in aan te tonen dat de door eiser betaalde prijs niet de werkelijke waarde weerspiegelt.
Daarnaast wees de rechtbank op vergelijkbare verkopen binnen hetzelfde appartementencomplex rond de waardepeildatum, met een vrij-op-naamprijs van €164.500. Gezien de kosten koper die in de vrij-op-naamprijs zijn inbegrepen, stelde de rechtbank de WOZ-waarde vast op €160.000.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak op bezwaar, verlaagde de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig, en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €974 plus vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €160.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.