Uitspraak
Vonnis in de zaak van:
[eiser] ,
de stichting
De procedure
- de dagvaarding van [eiser]
- de conclusie van antwoord van PNO
- de conclusie van repliek van [eiser]
- de conclusie van dupliek van PNO
- een akte van [eiser]
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, gepensioneerd sinds 2012, vordert dat Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Media PNO wordt veroordeeld tot het ongedaan maken van een pensioenverlaging van 3,4% per 1 april 2013. Deze korting werd door PNO ingevoerd vanwege onderdekking en een tekort aan minimaal vereist eigen vermogen, conform een wettelijk herstelplan goedgekeurd door De Nederlandsche Bank.
De kantonrechter oordeelt dat PNO bevoegd was tot het nemen van het kortingsbesluit op grond van artikel 134 Pensioenwet Pro, ook voor pensioenaanspraken opgebouwd in de periode 1981-1991. Het betoog van eiser dat hij mocht vertrouwen op het ontbreken van een kortingsregeling in het pensioenreglement wordt verworpen. Daarnaast is geen sprake van schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, omdat PNO geen overheidsinstelling is en de korting wettelijk voorzien, noodzakelijk en proportioneel is.
Eiser stelt verder dat de korting onevenwichtig is omdat gepensioneerden zwaarder worden getroffen dan actieve deelnemers, en dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie. De kantonrechter volgt dit niet, omdat de uniforme korting evenwichtig is en actieve deelnemers via premieverhoging bijdragen aan herstel. Ook het argument dat PNO in de jaren ’90 pensioengelden onrechtmatig heeft besteed, wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs van causaal verband.
Ten slotte wijst de rechter het betoog af dat PNO had moeten wachten op de bevindingen van de Commissie Ultimate Forward Rate. De korting was wettelijk verplicht en tijdig noodzakelijk. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot herstel van het pensioen na korting worden afgewezen.