Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de pleitnota van [verzoeker],
- de mondelinge behandeling op 4 februari 2014 waarvan aantekening is gehouden.
Rechtbank Midden-Nederland
De Stichting [verzoeker], actief in kinderopvang, voerde meerdere reorganisaties door vanwege een sterke daling in kindbezetting en omzet sinds 2012. In juli 2013 werd een derde reorganisatie aangekondigd waarbij 21,2 fte zouden verdwijnen, waaronder de functie van locatieleidster op de vestiging KDV Abcoude, waar [verweerder] werkzaam was.
Het UWV weigerde toestemming tot ontslag van [verweerder] omdat het afspiegelingsbeginsel niet correct zou zijn toegepast; de werkgever had namelijk over de gehele organisatie afgespiegeld in plaats van per bedrijfsvestiging. De werkgever stelde dat zij het afspiegelingsbeginsel inmiddels correct per vestiging had toegepast en dat de functie van locatieleidster vanwege krimp in de organisatie moest vervallen.
De kantonrechter oordeelde dat er voldoende bedrijfseconomische noodzaak was tot reorganisatie en dat de werkgever een ruime beleidsvrijheid heeft bij de inrichting van de bedrijfsvoering. De wijziging waarbij locatieleidsters vanuit het Centraal Kantoor worden aangestuurd, werd als redelijk beoordeeld. Zowel binnen de vestiging Abcoude als organisatiebreed was het vervallen van de functie van [verweerder] terecht volgens het afspiegelingsbeginsel.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden en zonder aanvullende vergoeding behalve die uit het sociaal plan. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst van de locatieleidster wordt ontbonden wegens bedrijfseconomische reorganisatie met vergoeding conform sociaal plan.