Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
op tegenspraakgewezen in de zaak tegen:
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Het ten laste gelegde feit 3 is, mede gelet op de inhoud van het dossier, voldoende afgebakend en het is voor de verdediging duidelijk waartegen zij zich moet verdedigen.
De dagvaarding dient volgens de officier van justitie in zijn geheel geldig te worden verklaard.
4.Waardering van het bewijs
D: Ja, dat is geen gein. Ik was bij de broer van [I] en ik kan 4 à 5 pallets met colycarbonaat (fon) dienbladen van plastic krijgen. Toevallig had [J] gezegd dat plastic geld oplevert. En ik had een kerel gebeld en die biedt 25 cent. Toen heb ik een ander gebeld en gezegd dat ik 40 cent kon krijgen en die zei dat hij dat ook wel wilde geven. Deze is uit Vegel. Daar kan je ook andere plastic inleveren. Die andere uit Almere biedt 25 cent. Die ga ik morgen bellen of hij ook 40 cent wil geven, want dat scheelt een uur rijden.
N: Weet je hoeveel plastic er in de fabriek stonden, zakken vol!
Nadat verdachte bevestigt dat zijn vingerafdrukken op de spuiten zitten zegt [D] tegen verdachte dat hij ze de volgende dag wel op zal halen. Kennelijk zijn verdachte en [D] zich ervan bewust dat zij niet in de [fabriek] mochten komen om goederen weg te nemen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
Daarmee heeft verdachte aan de eigenaar van die fabriek overlast en schade berokkend. Ook dragen dergelijke handelingen bij aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank neemt het de verdachte voorts kwalijk dat hij op geen enkele manier berouw heeft getoond of verantwoording heeft afgelegd voor deze door hem gepleegde diefstallen.
9.Het beslag
- een geldbedrag van € 330,- bestaande uit 4 briefjes van € 50,-, 3 briefjes van € 10,- en
5 briefjes van € 20,-;
- een geldbedrag van € 1.500,- bestaande uit 30 briefjes van € 50,-.
Aangezien de onder verdachte inbeslaggenomen geldbedragen geheel of in ieder geval grotendeels door middel van de onder feiten 1 en 3 bewezen geachte handel in cocaïne en diefstallen zijn verkregen, worden deze geldbedragen verbeurdverklaard.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
84 dagen;
taakstrafvan
180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.
€ 10,- en 5 briefjes van € 20,-);
- een geldbedrag van € 1.500,- (bestaande uit 30 briefjes van € 50,-).