1.3.Bij het primaire besluit heeft het verweerder aan eiseres het J2-kussen toegekend. Dit kussen is op 5 maart 2013 aan eiseres geleverd.
2. Op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wmo treft het college van burgemeester en wethouders ter compensatie van de beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6, van de Wmo ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel.
3. Ter afwering van het bestreden besluit heeft eiseres, samengevat, aangevoerd dat verweerder verantwoordelijk is voor het bieden van het meest adequate vervangende antidecubituskussen. Het J2-kussen kan niet als het meest adequate vervangende kussen worden aangemerkt, nu met het J2-kussen haar pijnklachten niet in voldoende mate zijn verholpen.
Eiseres heeft het in het bestreden besluit ingenomen standpunt dat op 11 en 20 december 2012 sprake was van een definitieve keuze voor het J2-kussen, weersproken.
4. De rechtbank is van oordeel dat ook als wordt aangenomen dat op 11 en 20 december 2012 geen definitieve keuze voor een vervangende antidecubituskussen is gemaakt, deze omstandigheid niet tot vernietiging van het bestreden besluit kan leiden. Immers, eiseres heeft haar stelling dat het J2-kussen voor haar niet het meest adequate antidecubituskussen is niet onderbouwd. Voorts is gesteld noch gebleken dat ten tijde in geding naast het J2-kussen een andere antidecubituskussen bestond dat meer adequaat is dan het J2-kussen, dat wil zeggen dat meer beperkingen die eiseres ondervindt in haar zelfredzaamheid en haar maatschappelijke participatie als gevolg van de ten tijde in geding bestaande stoornissen en (pijn)klachten van eiseres, compenseert dan het J2-kussen.
5. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramsaroep, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Rennen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2015.
Afschrift verzonden aan partijen op: