Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procesgang
- een afschrift van het vonnis van de rechtbank Utrecht van 3 januari 2013, waarbij aan de veroordeelde onder meer een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden is opgelegd, met daarbij als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde – kort gezegd - zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen hem gegeven door of namens het Leger des Heils en zal meewerken aan een behandeling van De Waag of een soortgelijke instelling;
- een beschikking van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 19 november 2013, inhoudende een verlenging van de onderhavige proeftijd en een wijziging van de bijzondere voorwaarden;
- een brief van het Leger des Heils d.d. 12 september 2014, waaruit blijkt dat de veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden;
- een vordering na voorwaardelijke veroordeling d.d. 22 september 2014 strekkende tot de tenuitvoerlegging van de voornoemde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;
- het proces-verbaal ter terechtzitting van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 17 november 2014, waaruit volgt dat veroordeelde alsnog in de gelegenheid wordt gesteld zich aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden te houden.
- de officier van justitie;
- de veroordeelde;
- de raadsman mr. M.J.A. Bakker, advocaat te Utrecht;
- [A], Leger des Heils.