Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
- een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 1 december 2014 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen;
- een hem betreffend reclasseringsadvies d.d. 4 december 2014;
- een hem betreffend pro justitia rapport d.d. 9 december 2014.
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
een gevangenisstraf van 120 dagen.
102 dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
- zich persoonlijk moet melden bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht binnen drie werkdagen na dit vonnis. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- dient mee te werken aan een therapeutische behandeling bij een forensisch psychiatrische instelling, zulks ter beoordeling aan de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens die instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
- geen contact mag (laten) leggen met [slachtoffer 1], [B] en de ouders van [slachtoffer 1] zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.
BIJLAGE: De tenlastelegging