AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling, gebruik niet-eigen rijbewijs, lokaalvredebreuk en winkeldiefstal
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 9 februari 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten waaronder verblijf als ongewenst vreemdeling, gebruik van een niet op zijn naam gesteld rijbewijs, diefstal of verduistering van een rijbewijs, lokaalvredebreuk en winkeldiefstal.
Tijdens de zitting is vastgesteld dat verdachte op 7 augustus 2014 in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Ook is bewezen dat hij op 12 juni 2014 opzettelijk gebruik maakte van een rijbewijs dat niet op zijn naam stond. Verdachte is verder schuldig bevonden aan het wederrechtelijk binnendringen in een Albert Heijn en het stelen van diverse goederen uit die supermarkt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van het stelen, verduisteren of helen van het rijbewijs, omdat niet kon worden vastgesteld wanneer en hoe hij het rijbewijs had verkregen. Het beroep op overmacht met betrekking tot het binnendringen van de Albert Heijn werd verworpen wegens gebrek aan objectiveerbare noodsituatie.
Gezien de ernst van de feiten en recidive legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 195 dagen, met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij voor schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte voor dat feit werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 195 dagen gevangenisstraf voor verblijf als ongewenst vreemdeling, gebruik van een niet op zijn naam gesteld rijbewijs, lokaalvredebreuk en winkeldiefstal.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering, inhoudende:
2.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2014 van verbalisanten E.F. van der Snee en W.C.R. de Winter, opgenomen op pagina 7 en 8 van proces-verbaal B.
3.De beschikking van de staatssecretaris van justitie nr. 9708-20-4010 d.d. 9 september 1997, met als bijlage een akte van uitreiking, opgenomen op pagina 29 tot en met 32 van proces-verbaal A.
4.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2014 van verbalisant [geboorteplaats], opgenomen op pagina 1 en 2 van proces-verbaal D.
5.De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 januari 2015.
6.Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 12 juni 2014, opgenomen op pagina 11 en 12 van proces-verbaal C.
7.De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 januari 2015.
8.Het proces-verbaal van vermissing identiteitsbewijs d.d. 15 januari 2013, opgenomen op pagina 11 en 12 van proces-verbaal A.
9.De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 januari 2015.
10.Het proces-verbaal van aangifte van [C] d.d. 7 augustus 2014, met bijlage, opgenomen op pagina 4 tot en met 6 van proces-verbaal B.
11.Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor winkeliers d.d. 12 juni 2014, opgenomen op pagina 3 tot en met 10 van proces-verbaal C.
12.De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 januari 2015.