Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling op 20 februari 2015, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gehouden;
- de pleitnota van de OR
- de pleitnota van RVWM.
Rechtbank Midden-Nederland
Rijkswaterstaat Verkeer en Watermanagement (RVWM) stelde in november 2014 normroosters voor 2015 vast zonder instemming van de ondernemingsraad (OR), waarna de OR de nietigheid van dit besluit inriep. De OR vorderde in kort geding opschorting van de uitvoering van deze roosters en het besluit tot vaststelling van fijnroosters voor januari 2015.
De rechtbank oordeelde dat de OR terecht een beroep deed op de nietigheid van het besluit tot vaststelling van de jaarroosters 2015. Hoewel de OR primair opschorting vorderde, werd deze vordering afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang, mede omdat in een gelijktijdige procedure reeds voorlopig recht was gegeven.
De voorzieningenrechter bepaalde dat RVWM het nietig verklaarde besluit alsnog als voorgenomen besluit ex artikel 27 WOR Pro binnen een week ter instemming aan de OR moet voorleggen. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: RVWM wordt binnen een week verplicht het nietig verklaarde besluit over de jaarroosters 2015 alsnog ter instemming aan de ondernemingsraad voor te leggen.