AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling poging doodslag op ex-vriendin en mishandeling moeder
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 maart 2015 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot moord op zijn ex-vriendin en mishandeling van zijn moeder. De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot moord wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachten rade, maar achtte hem schuldig aan poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet. Verdachte had zijn ex-vriendin meerdere malen met kracht in vitale delen van het lichaam gestoken, wat leidde tot ernstige verwondingen zoals een klaplong en leverweefselscheuring.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn moeder, die hij bij de keel had gegrepen, wat pijn en letsel veroorzaakte. Verdachte weigerde mee te werken aan persoonlijkheidsonderzoek, waardoor de rechtbank geen aanknopingspunten zag voor een behandeling binnen een voorwaardelijke straf. Wel achtte de rechtbank een intramurale behandeling noodzakelijk vanwege het risico op recidive.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaar op, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, de relatie tussen verdachte en het slachtoffer, eerdere veroordelingen, en de noodzaak tot behandeling. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en mishandeling.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende processen-verbaal, onder nummer PL0900- 2014237687 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste doornummering (pagina 1 tot en met 165). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], pag. 34 en 35.
3.Proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, pagina 83 en 84.
4.Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een schrijven van het UMC Utrecht d.d. 11 september 2014 betreffende [slachtoffer 1], pagina 156 en 157.
5.Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een geneeskundige verklaring van het UMC Utrecht d.d. 1 september 2014 betreffende [slachtoffer 1], pagina 67.
6.Proces-verbaal van bevindingen pagina 23 en 24.
7.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende processen-verbaal, onder nummer PL078C-2014003023 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste doornummering (pagina 1 tot en met 22). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
8.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], pagina 13.
9.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 11.
10.Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 27 februari 2015.
11.Proces-verbaal van verhoor getuige M. [getuige], pagina 15.