Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van een man die in 2002 is veroordeeld voor moord en sindsdien in een forensische kliniek verblijft. De terbeschikkingstelling is sinds 2005 van kracht en werd eerder verlengd in 2014.
De kliniek rapporteert dat de terbeschikkinggestelde lijdt aan een borderline persoonlijkheidsorganisatie met narcistische trekken en dat zijn problematiek grotendeels behandelresistent is. Hoewel hij enige vooruitgang toont in de samenwerking en begeleide verloven, blijft het moeilijk om risicofactoren bespreekbaar te maken. Het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wordt als matig tot hoog ingeschat.
De officier van justitie vraagt om verlenging van de maatregel met twee jaar, maar de kliniek adviseert één jaar verlenging om het behandeltraject niet langer dan nodig te laten duren. De terbeschikkinggestelde zelf verzoekt om beëindiging van de maatregel, stellende dat hij geen incidenten meer heeft veroorzaakt en volledig voor zichzelf kan zorgen.
De rechtbank overweegt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit niet toestaan en verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar. Na deze periode kan worden geëvalueerd welke vorderingen zijn gemaakt in het behandeltraject. De beslissing is genomen op 25 maart 2015 door de rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling met verpleging wordt verlengd met één jaar wegens behandelresistente persoonlijkheidsproblematiek en een matig tot hoog recidiverisico.