Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige van 8 jaar oud op 31 juli 2013. De tenlastelegging hield in dat verdachte de minderjarige een of meer tongzoenen zou hebben gegeven.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van de moeder van het slachtoffer en een moeder van een vriendje van het slachtoffer, die beiden verklaringen hadden gehoord van het kind. De verdediging voerde aan dat deze verklaringen onvoldoende bewijs vormden omdat ze van horen zeggen waren en van één enkele bron afkomstig.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om vast te stellen wat er daadwerkelijk is gebeurd en of verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Verdachte ontkende het ten laste gelegde consequent. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar omdat verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk en verwees de benadeelde partij naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.