ECLI:NL:RBMNE:2015:2536
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verklaring rijvaardigheid wegens fraude
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar verklaring van rijvaardigheid door verweerster, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, die dit deed vanwege een vermoeden van fraude met praktijkrijexamens.
De intrekking volgde op een politieonderzoek waaruit bleek dat een examinator samen met meerdere rijscholen kandidaten tegen betaling onterecht liet slagen. Verweerster gebruikte negen indicatoren om gevallen met een sterk vermoeden van fraude te identificeren en trok de verklaringen van 197 personen in, waaronder verzoekster.
Verzoekster voerde aan dat zij geen onregelmatigheden vertoonde en dat de afstand tot examenlocaties niet onlogisch was vanwege haar studie. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerster bevoegd was tot intrekking en dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder woog dan het belang van verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat het vermoeden van fraude voldoende grond is voor intrekking, ook zonder sluitend bewijs, en dat de procedurele bezwaren van verzoekster in bezwaar kunnen worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt afgewezen.