Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- Het tussenvonnis van 21 januari 2015;
- De comparitie van partijen van 8 april 2015, waarvan aantekening is gehouden.
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
400,00(2 punten x tarief € 200,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder [gedaagde] huurde sinds oktober 2008 een zelfstandige woning van Provides. Op 23 september 2014 werd vastgesteld dat in deze woning 82 hennepplanten werden gekweekt, wat in strijd is met de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden die bedrijfsmatige hennepteelt verbieden.
Provides vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens toerekenbare tekortkoming. De huurder voert verweer met persoonlijke omstandigheden, waaronder langdurige schuldhulpverlening en medische afhankelijkheid van een beademingsapparaat, en wijst op een strafrechtelijke sanctie.
De kantonrechter oordeelt dat bedrijfsmatige hennepteelt een ernstige tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt. Het belang van Provides bij het behoud van haar woningbestand en het tegengaan van verloedering weegt zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van de huurder. Wel wordt een langere termijn voor ontruiming toegekend om de huurder de gelegenheid te geven ander onderdak te vinden.
De gevorderde boete wordt gematigd tot nihil vanwege de reeds opgelegde straf en de onvermijdelijke ontruiming, om dubbele bestraffing te voorkomen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet binnen twee maanden ontruimen, met matiging van de boete tot nihil.