Eisers zijn eigenaar van een woning nabij een perceel waar vergunning is verleend voor het bouwen van vier woningen met een hogere bouwhoogte dan het bestemmingsplan toestaat. Eisers verzochten om een tegemoetkoming in planschade, welke door verweerder werd afgewezen. Eisers maakten bezwaar tegen deze afwijzing en verzochten om uitstel van de hoorzitting wegens verhindering, maar dit verzoek werd geweigerd. De rechtbank oordeelt dat de voorzitter van de Commissie ten onrechte het uitstelverzoek heeft afgewezen, waardoor eisers niet goed zijn gehoord, hetgeen een schending van de hoorplicht inhoudt.
Ondanks deze procedurele tekortkoming beoordeelt de rechtbank de inhoudelijke gronden van het beroep. Eisers stelden dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat verweerder onzorgvuldig en in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld. Deze gronden worden verworpen omdat het advies van het Kenniscentrum adequaat was en verweerder niet eerder op de hoogte was van de bouwplannen. Eisers voerden ook aan dat de bouw leidt tot aantasting van uitzicht, privacy, zonlichttoetreding en bereikbaarheid, maar de rechtbank oordeelt dat deze punten onvoldoende concrete aanknopingspunten bieden om het advies en besluit te betwisten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege de schending van de hoorplicht, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.