ECLI:NL:RBMNE:2015:2756
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek rechter in civiele procedure omtrent rogatoire commissie
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. F.M. Bus, rechter-plaatsvervanger belast met een verzoek tot het houden van een rogatoire commissie op grond van het Haags Bewijsverdrag. Verzoekers stelden dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door het bewust niet doorsturen van vragenlijsten en door het handelen tijdens de zitting, waarbij volgens hen al was beslist over het gelasten van getuigenverhoren.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek deels te laat was ingediend, aangezien verzoekers de gedragingen van de rechter tijdens de zitting van 28 januari 2015 kenden en het verzoek daarom binnen korte tijd daarna had moeten worden ingediend. Voor het overige werd het verzoek inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat geen sprake was van persoonlijke vooringenomenheid en dat de rechter objectief onpartijdig was gebleven. De e-mail van de griffie met geplande data voor getuigenverhoren zonder voorbehoud werd niet aan de rechter toegerekend en vormde onvoldoende grond voor het vermoeden van partijdigheid.
De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op de houding en het gedrag van de rechter voorafgaand aan en tijdens de zitting, en ongegrond voor het overige. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 21 april 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk voor het gedrag tijdens de zitting en voor het overige ongegrond verklaard.