Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (
subsidiair);
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
(De rechtbank zal dit verweer opvatten als betrekking hebbend op feit 13, aangezien verdachte tijdens een van de verhoren heeft verklaard dat zij aan [benadeelde 7] onder dwang meerdere keren contante geldbedragen heeft gegeven, in totaal ten bedrage van € 1.750,-.)
Het bewijs ten aanzien van de feiten 5, 6A primair en 6B primair
Bewijsoverwegingen ten aanzien van de feiten 5, 6A primair en 6B primair
Het bewijs ten aanzien van de feiten 9 en 10 primair
Bewijsoverweging ten aanzien van de feiten 9 en 10 primair
Het bewijs ten aanzien van feit 13
Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 13
- het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [aangever 2], namens [benadeelde 8], d.d. 16 augustus 2011;
- een geschrift, te weten een brief van drs. [D], accountant, gericht aan [benadeelde 8], d.d. 11 augustus 2011
Het bewijs ten aanzien van feit 16
Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 16
Het bewijs ten aanzien van feit 17
Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 17
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 8.345,00 (achtduizenddriehonderdvijfenveertig euro), bestaande uit materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente.
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 11 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3.249,47 (drieduizendtweehonderdnegenenveertig euro en zevenenveertig eurocent), bestaande uit materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.
groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.