Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Stct. 2014, 4792).
Rechtbank Midden-Nederland
De eiser was directeur bij Wandelnet en sloot met deze stichting een vaststellingsovereenkomst waarin een beëindigingsvergoeding werd overeengekomen die hoger was dan het maximum volgens de WNT. Wandelnet betaalde slechts een deel van de vergoeding, verwijzend naar de WNT. De eiser vorderde het resterende bedrag.
De rechtbank onderzocht of de WNT van toepassing was op Wandelnet. Uit een conceptjaarrekening bleek dat Wandelnet in 2014 meer dan € 500.000 subsidie ontving en dat dit meer dan 50% van de inkomsten was, waardoor de WNT van toepassing is. De eiser stelde dat partijen bij de vaststellingsovereenkomst mochten afwijken van de WNT, maar dit werd verworpen omdat de wet dwingendrechtelijk is en afwijking niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst nietig is voor zover deze een hogere vergoeding dan het WNT-maximum bevat. De vordering van de eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van naleving van de WNT en de onmogelijkheid om via overeenkomst hogere vergoedingen te bedingen.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het resterende deel van de beëindigingsvergoeding wordt afgewezen wegens toepassing van de WNT en nietigheid van het hogere bedrag.