Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 13 maart 2015 en tegelijkertijd een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening om de verstrekking van hun persoonsgegevens te verbieden.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb een verzoek zonder zitting kan worden afgewezen indien het kennelijk onbevoegd, niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond is. Tevens wordt artikel 8:81 AwbPro genoemd, dat de mogelijkheid tot voorlopige voorziening regelt indien er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is.
De rechtbank verklaart het beroep van verzoekers niet-ontvankelijk, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening eveneens niet-ontvankelijk en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 15/2008
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 mei 2015 in de zaak van
[verzoekers], te [woonplaats], verzoekers
(gemachtigde: H. van der Deen),
en
de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: I.M. Genee).
Procesverloop
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 13 maart 2015.
Verzoekers hebben voorts de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de verstrekking van de persoonsgegevens van verzoekers wordt verboden met daarin per overtreding een nader te bepalen dwangsom.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Op grond van artikel 8:81 vanPro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van 13 mei 2015 heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekers ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar– dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.