De zaak betreft een geschil tussen een oproepkracht en een eenmanszaak die handgemaakte sieraden verkoopt. De oproepkracht vordert betaling van achterstallig loon, vakantiedagen, wettelijke verhoging, rente en incassokosten. De kern van het geschil is of er sprake is van een arbeidsovereenkomst en of het loon voldoet aan het minimumloon.
De kantonrechter stelt vast dat ondanks de benaming van de overeenkomst als 'arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht', het feitelijk gaat om een arbeidsovereenkomst met een gezagsverhouding. De oproepkracht was ondergeschikt aan de werkgever, werkte wekelijks en hield de werkgever op de hoogte van afwezigheid. De productienormen voor stukloon waren bekend en haalbaar, waardoor de vordering tot aanvulling tot minimumloon wordt afgewezen.
Voor de periode na 26 september 2013 tot het einde van de overeenkomst op 29 november 2013 is de werkgever veroordeeld tot betaling van loon op basis van de gemiddelde beloning in de referteperiode, inclusief wettelijke verhoging en rente. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegekend tot het wettelijke maximum. Proceskosten worden gecompenseerd.