Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder de beslistermijn van aanvraag 1 tijdig heeft verlengd. Naar aanleiding van aanvraag 2 is op 14 april 2014 van rechtswege een vergunning verleend, omdat de termijn om te beslissen op die aanvraag ongebruikt is verstreken en deze termijn niet was verlengd. De verlening van de van rechtswege verleende vergunning is op 6 augustus 2014 gepubliceerd. Daartegen is geen bezwaar gemaakt.
Vervolgens heeft verweerder op aanvraag 1 besloten zoals hiervoor is weergegeven onder ‘procesverloop’.
Ook dit betoog slaagt niet. Zoals hiervoor overwogen is de vergunning voor [nummer] C niet de weigeringsgrond voor aanvraag 1 geweest, de rechtbank verwijst naar haar overwegingen onder 4. Ter zitting heeft verweerder bovendien afstand genomen van eisers suggestie dat een in het kader van het legalisatietraject ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning voor illegale bewoning conform het beleid van verweerder altijd zou worden gehonoreerd zonder dat daarbij de regels van het bestemmingsplan worden betrokken. Uit de toelichting van verweerder ter zitting en uit het beleid zelf volgt dat ook dergelijke aanvragen worden getoetst aan het bestemmingsplan. Het gevoerde beleid voorziet er in dat verweerder meewerkt aan legalisatie van bestaande illegale situaties die volgens het bestemmingsplan zijn toegestaan. Het voorziet er niet in dat illegale situaties die strijdig zijn met het bestemmingsplan en waarvoor geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid bestaat, alsnog worden gelegaliseerd.