Uitspraak
Beschikking van 27 mei 2015
[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2],
mr. I.M.W. van Schuppen,werkzaam bij
Heuvelrug notarissen,
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers, handelend als vereffenaars van de nalatenschap van een overledene, hebben de kantonrechter verzocht om een aanwijzing te geven op grond van artikel 4:210 BW Pro om over te gaan tot verkoop en levering van onroerend goed uit de nalatenschap.
De kantonrechter heeft overwogen dat de vereffenaars op grond van artikel 4:195 lid 1 BW Pro juncto 4:215 lid 1 BW reeds bevoegd zijn tot verkoop en levering van het onroerend goed. Hoewel de koper een hoger bedrag wil betalen dan de executiewaarde, hebben verschillende schuldeisers bezwaar gemaakt tegen de verkoop.
De kantonrechter heeft echter geen gegronde reden kunnen vinden om een aanwijzing te geven, mede omdat niet is gebleken dat het verkoopbedrag onredelijk is. Het verzoek is daarom afgewezen. Verzoekers hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot aanvulling of mondelinge behandeling.
De beschikking is op 27 mei 2015 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter A.A.T. van Rens.
Uitkomst: Verzoek om aanwijzing voor verkoop onroerend goed uit nalatenschap wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde reden.