Op 15-16 januari 2015 werd ingebroken in een winkelpand te Utrecht waarbij diverse sieraden, een tablet, een printer, een geluidsbox en een muts werden weggenomen. Verdachte werd aangehouden en het NFI stelde vast dat het bloedspoor op de geforceerde deur van verdachte afkomstig was.
De verdediging voerde aan dat het bloedspoor onvoldoende bewijs was en dat verdachte ten tijde van aanhouding geen verwondingen had. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de aanhouding pas vijf weken na de inbraak plaatsvond en het bloedspoor op een specifieke plek een daderspoor was.
Verdachte werd wettig en overtuigend veroordeeld voor diefstal met braak. Gezien zijn uitgebreide strafblad, verslavings- en psychische problematiek en recidive werd een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar opgelegd. De rechtbank wees een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af.
De rechtbank achtte de veiligheid van personen en goederen gediend met deze maatregel en vond dat de tijd in voorarrest niet in mindering mocht worden gebracht op de duur van de ISD-maatregel.