De Gemeente Soest kondigde een nationale openbare aanbestedingsprocedure aan voor de herinrichting van de Noorderweg en omgeving. Het gunningscriterium was de economisch meest voordelige inschrijving, onderverdeeld in vijf subgunningscriteria, waaronder G4: minimalisering van overlast en bereikbaarheid. Eiseres diende een inschrijving in met een projectplan waarin zij haar aanpak beschreef.
De Gemeente sloot de inschrijving van eiseres uit vanwege een onvoldoende score op subgunningscriterium G4, met name op de onderdelen overlast door tijdelijk gronddepot en het voorkomen van schade door trillingen van bouwverkeer. Eiseres stelde dat de uitsluiting onrechtmatig was omdat de criteria niet transparant en meetbaar waren geformuleerd en dat de Gemeente achteraf subjectief had beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat enige subjectiviteit inherent is aan kwalitatieve criteria, maar dat de Gemeente voldoende duidelijkheid had verschaft over de beoordelingssystematiek en dat de beoordeling door onafhankelijke deskundigen was uitgevoerd. De motivering van de Gemeente was aanvankelijk summier, maar ter zitting werd deze nader toegelicht. De rechtbank vond dat de Gemeente in redelijkheid tot haar oordeel kon komen gezien de afwijkingen van het projectplan ten opzichte van het bestek en het ontbreken van onderbouwing door eiseres.
Daarom was de uitsluiting niet onrechtmatig en werden de vorderingen van eiseres afgewezen. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd omdat de Gemeente haar motivering pas ter zitting uitgebreid had toegelicht en eiseres niet op uitnodiging tot nadere toelichting was ingegaan.