Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Het betoog van verweerder ter zitting komt erop neer dat als gevolg van de openbaarmaking van de gespreksnotitie personen van hoog tot laag die betrokken waren bij de schikking (dus van bewindslieden tot de ambtenaren die de schikking feitelijk hebben uitgevoerd) onevenredig geraakt worden. Bestudering van de gespreksnotitie maakt niet op voorhand duidelijk dat daarvan sprake zou zijn, omdat in deze gespreksnotitie maar een beperkt aantal tot concrete personen te herleiden gegevens staat vermeld. Het door verweerder geschetste nadeel lijkt zich vooral uit te strekken tot personen die op hogere posities werken, zoals bewindspersonen, de voorzitter van het College van Procureurs etc. Voor die functionarissen lijkt het met naam of met een tot de persoon herleidbare functieaanduiding genoemd worden in documenten of op enige andere wijze gerelateerd worden aan deze bestuurlijke kwestie onderdeel van hun functie te zijn, waarmee de motivering van het standpunt dat openbaarmaking van de gespreksnotitie onevenredige benadeling oplevert, niet zonder nadere uitleg duidelijk is. Dus als verweerder deze weigeringsgrond in de te nemen beslissing op bezwaar wil handhaven, behoeft dit nadere aandacht.