Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- mr. E.R. Jonker, voornoemd;
- de heer [A], namens verweerster;
- de heer [B], namens verweerster.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot faillietverklaring ingediend van verweerster, een vennootschap die per 18 maart 2013 is ontbonden wegens het ontbreken van bekende baten. Verzoekster baseert haar verzoek op de stelling dat er nog baten aanwezig zijn, onder meer vanwege een mogelijke vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid volgens artikel 2:248 BW Pro, en dat zij belang heeft bij faillietverklaring vanwege haar financieringsrelatie en vermeende onvoldoende informatie over de ontbinding.
Verweerster was uitsluitend actief als houdster en bestuurder van de aandelen in een andere vennootschap, [bedrijf 1], die in 2011 failliet is verklaard en in 2012 is opgeheven. De curator van [bedrijf 1] heeft geen aanwijzingen gevonden voor onbehoorlijk bestuur. De rechtbank oordeelt dat niet summierlijk is gebleken dat er baten zijn, omdat het vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurders is weerlegd en het faillissement van [bedrijf 1] niet aan verweerster kan worden toegerekend.
Daarnaast acht de rechtbank het belang van verzoekster onvoldoende, mede omdat zij geen aannemelijk verhaal biedt voor de bestuurdersaansprakelijkheid en geen voorstel heeft gedaan om eventuele curatorwerkzaamheden te financieren. Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van de ontbonden vennootschap wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van baten en gebrek aan rechtens te honoreren belang.