Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn strafzaak zou behandelen, stellende dat deze rechter partijdig zou zijn en niet geïnteresseerd in een correcte procesgang gericht op waarheidsvinding. Verzoeker baseerde dit op het feit dat het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek verrichtte en ervan uitging dat de rechter het OM in het gelijk zou stellen.
De wrakingskamer stelde verzoeker in de gelegenheid zijn verzoek aan te vullen met de naam van de rechter en de gronden van het wrakingsverzoek. Verzoeker reageerde hierop, maar bleef vaag over de specifieke rechter en motiveerde het verzoek onvoldoende.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet voldoet aan de vereisten van artikel 512 en Pro 513 Sv en het wrakingsprotocol, omdat het verzoek niet ziet op een specifieke rechter en onvoldoende gemotiveerd is. De behandeling van de strafzaak was nog niet begonnen, waardoor verzoeker niet kon weten hoe de rechter zich zou opstellen.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de strafzaak wordt voortgezet in de stand van vóór de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering en het ontbreken van een specifieke rechter.