ECLI:NL:RBMNE:2015:4875
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hulp bij het huishouden wegens inzet gezonde inwonende zoon
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht is afgewezen. Het bezwaar van eiseres tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil is dat verweerder het besluit baseerde op het feit dat de inwonende zoon van eiseres, die op het moment van het primaire besluit 18 jaar oud was, geen beperkingen heeft die hem beletten huishoudelijke taken te verrichten. Eiseres stelde dat de inzet van haar kinderen niet ten koste mag gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, en verwees naar een Kamerstuk over de Wmo 2015. De rechtbank oordeelde echter dat deze verwijzing niet opgaat voor de Wmo-regeling die ten tijde van het besluit gold.
De rechtbank concludeerde dat op grond van de geldende Verordening en Beleidsregels Wmo 2013, wanneer een gezonde huisgenoot aanwezig is, geen voorziening hoeft te worden toegekend omdat sprake is van gebruikelijke zorg. De zoon kan, al dan niet met hulp van zijn broertjes en zusjes, het huishouden verrichten. Het beroep faalt daarom wegens onvoldoende grondslag en motivering van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van hulp bij het huishouden wordt ongegrond verklaard omdat de inwonende zoon de gebruikelijke zorg kan leveren.