ECLI:NL:RBMNE:2015:4985
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Praamstra
- T. Pavićević
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- Rechtspraak.nl
Weigering parallelhandelsvergunningen wegens onvoldoende gelijkheid met referentiegeneesmiddelen
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen (verweerder) heeft meerdere aanvragen voor parallelhandelsvergunningen voor geneesmiddelen afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat deze gelijk of nagenoeg gelijk waren aan de referentiemiddelen in Nederland, zoals vereist in artikel 48 van Pro de Geneesmiddelenwet (Gmw).
Eiseres betoogde dat het Europese criterium van risico voor de volksgezondheid leidend is en dat verweerder onterecht het nationale criterium van gelijkheid hanteerde, wat volgens haar strijdig is met Unierecht en het vrije verkeer van goederen beperkt. De rechtbank oordeelt dat artikel 48 Gmw Pro het Europese recht correct implementeert en dat het criterium van gelijkheid niet in strijd is met het vereiste van bescherming van de volksgezondheid.
De rechtbank stelt vast dat verschillen in hulpstoffen bestaan, maar dat verweerder op basis van informatie van buitenlandse toelatingsautoriteiten en bioequivalentiestudies terecht concludeerde dat de veiligheid en doeltreffendheid niet voldoende waren aangetoond. Eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd om dit oordeel te weerleggen.
De rechtbank volgt verweerder in zijn beoordeling dat het niet met zekerheid kan worden gezegd dat de verschillen geen gevaar opleveren voor de volksgezondheid. De beroepen worden ongegrond verklaard en de weigering van de vergunningen bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de parallelhandelsvergunningen wegens onvoldoende gelijkheid met de referentiemiddelen.