Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Srlev N.V. te Utrecht, verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Het vierde lid van artikel 6.1 bepaalt dat, in afwijking van het eerste lid, de werking van een overeenkomstig artikel 3.9, derde lid, van rechtswege verleende vergunning wordt opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift, bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Awb, is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op dit bezwaar is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de opschorting op te heffen.
Beslissing
- wijst het verzoek toe en heft de opschorting van de werking van de omgevingsvergunning op totdat op het bezwaar is beslist;
- bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,- aan haar vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de kosten van dit geding ten bedrage van € 980,-.