Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2015 in de zaak tussen
[eiser 1], te [woonplaats], en anderen volgens bijlage, eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente], verweerder
Procesverloop
- [getuige 1], account manager bij [bedrijf 3] bv ([bedrijf 3]), destijds projectleider bij [bedrijf 4] bv ([bedrijf 4]), onder aflegging van de belofte;
- [getuige 2], werkzaam bij [bedrijf 3], destijds radiuscoördinator bij [bedrijf 4];
- [getuige 3], destijds werkzaam bij [bedrijf 5] bv ([bedrijf 5]);
- [getuige 4], destijds werkzaam bij [bedrijf 5].
Overwegingen
1. Ter zake van de in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaak die gebaat is door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur, kan van degenen die van die onroerende zaak het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, een baatbelasting worden geheven, waarbij de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk worden omgeslagen. Indien de aan de voorzieningen verbonden lasten ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, of met toepassing van artikel 6.17, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening zijn of behoren te worden voldaan, wordt de baatbelasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.
Uit het Programma van Eisen betreffende de mechanische en elektrotechnische installatie drukrioleringspompunits gemeente [gemeente] van 3 maart 2004 (het Programma van Eisen) blijkt verder dat ook het installeren en het werkend opleveren van het radiografische beheerssysteem, fabrikaat Mous type Radius, tot de te verrichten werkzaamheden behoorde. [getuige 1] heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat Radius, inmiddels Radius Pro, kan worden beschouwd als de hardware in het rioolgemaal. Om het beheerssysteem te laten functioneren, verzamelt de apparatuur gegevens en zendt het een eventuele storingsmelding naar een centrale storingsdienst. Het softwareprogramma dat dit mogelijk maakt, heet thans H2gO/Mous Aquaweb. Dit programma zorgt er voor dat de gegevens uit de (mini)gemalen webbased (en niet meer zoals voorzien in het Programma van Eisen via GSM) kunnen worden geraadpleegd, zodat storingen kunnen worden gesignaleerd. Dit uitwisselen van gegevens heet telemetrie. Het voorgaande betekent dat er eerst met het voltooien en in werking (kunnen) hebben van het telemetriesysteem voor de riolering sprake van was dat de voorzieningen waren voltooid als bedoeld in artikel 222, vierde lid, van de Gemeentewet. Hierbij geldt dat het telemetriesysteem pas kan functioneren als er spanning op staat. Het was dus, zowel voor het kunnen functioneren van het drukriool als voor het kunnen functioneren van het telemetriesysteem, noodzakelijk dat de (mini)gemalen (met Radius) waren aangesloten op het elektriciteitsnet. In het Programma van Eisen is onder punt 4.1. in dit verband het volgende vermeld:
‘Het is inmiddels al een hele tijd geleden dat er bij u riolering is aangelegd. Het heeft helaas extra lang geduurd voordat Eneco elektra in de kasten heeft gebracht, maar dat is bij u gebeurd. Inmiddels heeft de aannemer ook de pompen afgeregeld, zodat de installatie bij u gereed is voor gebruik.’
Daarnaast heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat het realiseren van de aansluitmogelijkheid in bepaalde gevallen, door specifieke omstandigheden op de betreffende locatie, langer heeft geduurd. Dit wordt ook geïllustreerd door het feit dat de brieven die eiser heeft overgelegd op een verschillende datum zijn verstuurd.De door eiser overgelegde brieven maken echter wel dat het des te meer aan verweerder is aannemelijk te maken dat de voorzieningen in het cluster pas na 2 december 2010 zijn voltooid.
Dan is de volgende vraag of uit de e-mail van 14 januari 2011 de conclusie kan worden getrokken dat de voorzieningen in het cluster eerst op 14 januari 2011 waren voltooid. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. Zij overweegt daartoe het volgende. De in deze e-mail vermelde, door verweerder te verrichten, activiteiten (het aanvullen en controleren van gegevens) behoren naar het oordeel van de rechtbank niet tot de voor de voltooiing van de voorzieningen noodzakelijke activiteiten. Verweerder heeft dit ook niet gesteld. Uit de vermelding dat de (mini)gemalen op de lijsten sub 4, 5 en 6 nog geen spanning hebben, leidt de rechtbank voorts het vermoeden af dat de voor het cluster functionerende gemalen op de lijst sub 3 wél spanning hadden.
Anders dan verweerder stelt, volgt uit de tekst van de e-mail van 14 januari 2011, ook als deze wordt gelezen in samenhang met de e-mail van 7 januari 2014 en de genoemde bijlagen, niet dat deze als een gereedmelding voor het cluster kan worden aangemerkt. Zelfs indien deze e-mail wel als zodanig zou kunnen worden gelezen, geldt dat eiser terecht heeft gesteld dat uit niets blijkt dat de in de bijlagen bij de e-mail van 14 januari 2011 genoemde minigemalen eerst op die datum gereed zijn gekomen. Deze e-mail laat immers de mogelijkheid open dat deze minigemalen, waaronder de minigemalen in het cluster, al vóór 7 januari 2011 gereed waren.
Resumerend is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de voorzieningen in het cluster pas na 7 januari 2011 zijn voltooid.
Proceskostenvergoeding in alle zaken
De rechtbank volgt dit betoog niet. Zij is van oordeel dat in het in artikel 3, tweede lid, van het Bpb genoemde criterium ‘werkzaamheden die nagenoeg identiek konden zijn’ besloten ligt dat de samenhang niet moet worden beoordeeld op basis van de concrete werkzaamheden die de gemachtigde heeft verricht, maar dat een meer abstracte toets moet worden aangelegd. Deze interpretatie ligt in de rede omdat uit de toelichting bij het wijzigingsbesluit blijkt dat de besluitgever het begrip ‘samenhangende zaken’ wenste te verruimen. De rechtbank is van oordeel dat op basis van overeenkomsten in de wijze waarop verweerder de baatbelasting in de verschillende clusters heeft opgelegd, moet worden beoordeeld of sprake is van werkzaamheden die nagenoeg identiek zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 24 november 2014;
- vernietigt de beschikking van 28 februari 2014;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 45,- vergoedt.
Rechtsmiddel
Bijlage:
UTR 14/7952 [eiser 4]
UTR 14/8037 [eiser 5]
UTR 14/7994 erven [eiser 6]
UTR 14/7992 [eiser 7]
UTR 14/8032 [eiser 8]
UTR 14/8036 [eiser 9]
UTR 14/8000 [eiser 10]
UTR 14/7991 [eiser 11]
UTR 14/7979 [eiser 12]
UTR 14/7955 [eiser 13]