ECLI:NL:RBMNE:2015:5316
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Pavićević
- M.C. Stoové
- B. Rademaker
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking kosten steiger vakantiewoning Koning wegens staatsveiligheid
Eiseres verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van de schriftelijke afspraken en het totaalbedrag van de kosten van de steiger bij de vakantiewoning van de Koning in Griekenland. Verweerder weigerde dit op grond van artikel 10 Wob Pro, omdat openbaarmaking de veiligheid van de Staat zou schaden en de persoonlijke levenssfeer van de Koning zou bedreigen.
De rechtbank overwoog dat het belang van openbaarmaking zwaar weegt, maar dat de uitzonderingsgronden in artikel 10 Wob Pro restrictief moeten worden uitgelegd. Na inzage van vertrouwelijke stukken concludeerde de rechtbank dat de steiger zelf een beveiligingsmaatregel is en dat openbaarmaking van de totale kosten inzicht zou geven in het beschermingsniveau van de Koning, wat de staatsveiligheid kan schaden.
Verder oordeelde de rechtbank dat openbaarmaking van het bedrag dat de Koning betaalt voor privégebruik ook geweigerd moet worden, omdat dit eenvoudig leidt tot herleiding van het totaalbedrag, waardoor het staatsveiligheidsbelang prevaleert boven het belang van openbaarmaking en de persoonlijke levenssfeer van de Koning.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van de totale kosten van de steiger wordt ongegrond verklaard wegens staatsveiligheid en bescherming persoonlijke levenssfeer.