Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2015 in de zaak tussen
de Minister van Infrastructuur en Milieu, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op 19 mei 2014 heeft een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport (de inspecteur), die belast is met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Arbeidstijdenwet (Atw) en het ATBv, een controle verricht bij eiser. Eiser was op dat moment werkzaam in zijn taxi. Hij heeft desgevraagd verklaard dat hij naast zijn werk als zelfstandig taxichauffeur ook fulltime in dienst is bij Albert Heijn B.V. in Geldermalsen. De inspecteur heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de door eiser verrichte arbeid en de genoten rusttijden, zowel bij Albert Heijn B.V. als bij eisers eigen taxi onderneming, V.o.f. [taxibedrijf] Nederland. In zijn boeterapport d.d. 29 oktober 2014 (het boeterapport) heeft de inspecteur zijn bevindingen neergelegd en geconstateerd dat eiser artikel 2.5.1, tweede lid, van de ATBv bij herhaling heeft overtreden. De overtredingen bestaan er uit dat eiser, gelet op de combinatie van twee banen, in de periode van 21 april 2014 tot en met 18 mei 2014 acht keer te weinig rusturen heeft gehad. Op 17 september 2014 is eiser gehoord. Verweerder heeft vervolgens op 18 november 2014 een voornemen bekendgemaakt om eiser een boete op te leggen. Bij het primaire besluit heeft verweerder eiser een boete opgelegd. Dit heeft geleid tot de besluitvorming zoals geschetst in het procesverloop.