ECLI:NL:RBMNE:2015:5498

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juli 2015
Publicatiedatum
23 juli 2015
Zaaknummer
4257602 UT VERZ 15-13598
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:210 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing voor lening uit nalatenschap ter bekostiging huur woonruimte zoon erflater

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft op 3 juli 2015 een beschikking gegeven aan de vereffenaar van de nalatenschap van een overledene. De vereffenaar verzocht om een aanwijzing op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro vanwege een gegronde reden.

De nalatenschap omvat een woonark met een waarde tussen € 500.000 en € 600.000, vrij van hypothecaire geldleningen. De woonark wordt bewoond door de zoon van de overledene, die bereid is te verhuizen maar onvoldoende inkomen heeft om de huur van € 700 per maand te betalen. De vereffenaar overwoog twee opties: een gerechtelijke procedure om de zoon te ontruimen, of het verstrekken van een lening uit de nalatenschap voor maximaal één jaar huur.

De kantonrechter overwoog dat het verstrekken van een lening een gegronde reden vormt voor een aanwijzing, omdat het belang van een snelle verkoop van de woonark zwaar weegt. Een gerechtelijke procedure zou duur en tijdrovend zijn, terwijl de lening van € 8.400 relatief gering is ten opzichte van de waarde van de woonark. Daarom gaf de kantonrechter de vereffenaar de aanwijzing om de lening te verstrekken onder de voorwaarde dat de zoon de woonark verlaat en het bedrag wordt gebruikt voor de huur van zijn nieuwe woonruimte.

Uitkomst: De kantonrechter geeft de vereffenaar de aanwijzing om een lening van maximaal € 8.400 uit de nalatenschap te verstrekken aan de zoon voor huurkosten, onder de voorwaarde dat hij de woonark verlaat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4257602 UT VERZ 15-13598 RHM/1527
Beschikking van 3 juli 2015
inzake het verzoek van
mr. [verzoeker] ,werkzaam bij
[notariskantoor],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder te noemen verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van door de rechtbank benoemde vereffenaar in de nalatenschap van:
[A] ,geboren te [geboorteplaats] op [1936] , overleden te [woonplaats] op [2013] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] .

1.De procedure

Verzoeker heeft bij e-mailbericht van 3 juli 2015 gevraagd om een aanwijzing van de kantonrechter op grond van artikel 4:210 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.De overwegingen van de kantonrechter

2.1.
De gevraagde aanwijzing heeft betrekking op de tot de nalatenschap behorende woonark. Deze woonark kan volgens de ingeschakelde makelaar tussen de € 500.000,-- en
€ 600.000,-- opbrengen en is vrij van hypothecaire geldleningen. De vereffenaar wenst daarom zo snel mogelijk het verkooptraject in gang te zetten. Op dit moment wordt de woonark bewoond door de zoon van erflater. Hij is bereid om de woonark te verlaten en heeft ook vervangende woonruimte gevonden per 1 augustus 2015 voor een huurprijs van
€ 700,-- per maand. De zoon heeft echter geen inkomen om deze huur te kunnen bekostigen.
2.2.
Volgens de vereffenaar zijn er twee opties om de woonark onbewoond te krijgen, zodat de verkoop kan starten. De eerste optie is het voeren van een gerechtelijke procedure tegen de zoon. Dat zal kosten met zich meebrengen die ten laste van de nalatenschap komen. Voorts is de uitkomst van de procedure en de tijd die de procedure in beslag zal nemen onzeker. De tweede mogelijkheid is dat de vereffenaar voor maximaal één jaar de huurkosten van de zoon betaalt uit de nalatenschap. Het bedrag van deze kosten wordt aan hem geleend en zal zo mogelijk worden verrekend met zijn legitieme portie. Op dit moment is nog niet zeker dat het uiteindelijke saldo van de nalatenschap als alle activa zijn geliquideerd en alle schulden zijn betaald, zodanig is dat aan de zoon een legitieme kan worden uitgekeerd. Concreet betekent dit dat uit de nalatenschap een bedrag van (twaalf maal € 700,--)
€ 8.400,-- zou worden uitgeleend. Een en ander zal schriftelijk worden vastgelegd.
2.3.
De vereffenaar meent dat de tweede optie in het belang van de vereffening van de nalatenschap is. Daarom wordt de kantonrechter gevraagd een aanwijzing te geven conform optie twee.
De kantonrechter overweegt als volgt.
2.4.
Op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro kan de vereffenaar de kantonrechter verzoeken om een aanwijzing te geven indien er sprake is van een gegronde reden. Er is grond voor een aanwijzing omdat het verstrekken van een lening aan de zoon door de boedel, zonder dat direct duidelijk is wanneer de zoon deze lening zal terugbetalen, niet zonder meer in het belang van de boedel kan worden geacht.
2.5.
De gevraagde aanwijzing heeft betrekking op een bestanddeel van de nalatenschap van substantiële waarde, namelijk tussen de € 500.000,-- en € 600.000,--. Het is in het belang van de vereffening dat de woonark zo snel mogelijk wordt verkocht en de zoon deze zo spoedig mogelijk verlaat. De snelste manier om ervoor te zorgen dat de zoon de woonark verlaat, is dat hij per 1 augustus 2015 zijn intrek neemt in een nieuwe woning. Het voeren van een gerechtelijke procedure kan lange tijd in beslag nemen en brengt kosten met zich mee. Het staat ook niet zonder meer vast dat de zoon zal worden veroordeeld om de woonark op korte termijn te ontruimen. Voorts is van belang dat de tweede optie niet zonder meer kosten voor de nalatenschap met zich meebrengt, omdat die optie uitgaat van een lening aan de zoon. Daarbij komt dat het uit te lenen bedrag € 8.400,-- is. Dat bedrag afgezet tegen de te verwachtte opbrengst van tussen de € 500.000,-- en € 600.000,--, maakt dat de kantonrechter aanleiding ziet om een aanwijzing te geven conform de tweede optie.
2.6.
Een en ander betekent dat uit de nalatenschap een lening kan worden verstrekt aan de zoon tot maximaal € 8.400,-- onder de voorwaarde dat hij de woonark verlaat en dat het uit te lenen bedrag wordt gebruikt voor de bekostiging van de huur van zijn nieuwe woning.
De beslissing
De kantonrechter geeft aan verzoeker de aanwijzing zoals hiervoor onder 2.6 is vermeld.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier mr. R.H.M. den Ouden in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2015.