Op 15 januari 2015 heeft verdachte geprobeerd in te breken in een woning te Amersfoort door met een breekijzer de achterdeur te forceren. Dit werd vastgesteld op basis van een getuigenverklaring van een buurtbewoner die verdachte op heterdaad betrapte en een worsteling met hem had. Tijdens deze worsteling werd een handschoen van verdachte afgenomen, waarvan DNA werd afgenomen en gematcht met verdachte.
De rechtbank achtte het bewijs, waaronder de DNA-match en een fotobewijsconfrontatie, overtuigend en verwierp de verdediging die twijfels had over de herkomst van het DNA en de betrouwbaarheid van de confrontatie. Verdachte werd strafbaar verklaard voor poging tot diefstal met braak.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel, maar de rechtbank vond deze maatregel niet passend gezien de ernst en frequentie van eerdere veroordelingen van verdachte. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 maanden op, rekening houdend met de strafverzwarende omstandigheden zoals het geweld tijdens de worsteling.
Daarnaast werden eerdere voorwaardelijke straffen van 3 maanden en 2 weken ten uitvoer gelegd vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf. De uitspraak werd gedaan op 14 juli 2015 door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Midden-Nederland.