De rechtbank Midden-Nederland behandelde een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun minderjarige kind. Na een eerder vonnis en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming werd de minderjarige gehoord en zijn wensen meegenomen.
De Raad adviseerde de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen, mede omdat de minderjarige het merendeel van zijn jeugd in België heeft doorgebracht en zelf aangaf daar te willen blijven wonen. De rechtbank volgde dit advies en wees het verzoek van de moeder om hoofdverblijf bij haar af.
Met betrekking tot de zorgregeling oordeelde de rechtbank dat een verplichte regeling op dit moment niet in het belang van het kind is, mede vanwege zijn leeftijd, belaste voorgeschiedenis en Autisme Spectrum Stoornis. De rechtbank stelde wel een informatie- en consultatieregeling vast, waarbij de vader de moeder vier keer per jaar schriftelijk informeert over het welzijn van het kind.
De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank wees het verzoek van de vader om de moeder in de kosten te veroordelen af. De beschikking werd uitgesproken op 17 juli 2015.