Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer van 7 augustus 2015
[veroordeelde] ,
OVERWEGINGEN
€ 3.899,22.De rechtbank maakt daartoe de volgende berekening.
BESLISSING
€ 3.899,22.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 augustus 2015 de ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder bij vonnis was veroordeeld voor zes maal medeplegen van oplichting en eenmaal oplichting alleen gepleegd. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €32.229,63, waarbij correcties werden aangebracht op basis van vrijspraak en schadevergoedingen.
De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voornamelijk bestond uit de waarde van niet-geretourneerde DJ-apparatuur, waarvan de verkoopwaarde in het criminele circuit werd geschat op 50% van de nieuwwaarde inclusief BTW. Kosten zoals huursommen werden niet in mindering gebracht. Voor diverse benadeelde partijen werd de schadevergoeding die veroordeelde reeds moest betalen in mindering gebracht op de ontnemingsvordering.
Omdat geen concrete verdeling van het voordeel tussen veroordeelde en mededaders bekend was, legde de rechtbank hoofdelijk aansprakelijkheid op. Voor het feit dat veroordeelde alleen pleegde, was hij volledig aansprakelijk. De rechtbank zag geen aanleiding tot matiging van het bedrag op grond van financiële omstandigheden en stelde het ontnemingsbedrag definitief vast op €3.899,22.
De vordering van de officier van justitie werd voor dat bedrag toegewezen, voor het overige afgewezen. Veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de Staat te voldoen, met hoofdelijkheid tussen mededaders.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €3.899,22 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen, hoofdelijk aansprakelijk met mededaders.