Art. 4:209 lid 1 BWArt. 4:206 lid 3 BWArt. 4:211 lid 3 BW
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoek tot opheffing van de vereffening van nalatenschap toegewezen, kosten afgewezen
De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 21 juli 2015 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van een overledene geboren in 1944 en overleden in 2015. Verzoeker, tevens erfgenaam en vereffenaar, vroeg op grond van artikel 4:209 lid 1 BWPro om de vereffening op te heffen en om vaststelling van de vereffeningskosten.
De kantonrechter overwoog dat de baten van de nalatenschap gering waren, wat een reden was om de vereffening op te heffen. Het verzoek om de vereffeningskosten vast te stellen op de door de erfgenamen gemaakte notariskosten van € 3.739,97 werd afgewezen, omdat er geen door de rechtbank benoemde vereffenaar was en er geen wettelijke grondslag bestaat voor het vaststellen van het loon van erfgenamen, vereffenaars of ingeschakelde notarissen als vereffeningskosten.
Verder werd overwogen dat er geen publicatieplicht bestond voor de beneficiaire aanvaarding door de erfgenamen, zodat volstaan kon worden met inschrijving van de opheffing in het boedelregister. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de vereffening wordt toegewezen, verzoek tot vaststelling van vereffeningskosten wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4038914 UT VERZ 15-8125
Beschikking d.d. 21 juli 2015
Inzake het verzoek van
[verzoeker] ,gemachtigde: mr. A. Heijnen, werkzaam bij Verhees Notarissen,
gevestigd te Katwijk,
verder te noemen verzoeker.
Verzoeker is ouder van de twee andere erfgenamen:
[A], geboren te [geboorteplaats] op [1993] en [X], geboren te [geboorteplaats] op [1997] .
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van erfgenaam, vereffenaar, wettelijk vertegenwoordiger van [X] en gevolmachtigde van [A] .
Het verzoek betreft de nalatenschap van:
[naam] ,geboren te [geboorteplaats] op [1944] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.
De procedure
Uit de brief van 13 april 2015 van verzoeker leidt de kantonrechter af dat op grond van artikel 4:209 lid 1 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht wordt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen en de gemaakte vereffeningskosten vast te stellen.
Bij brief van 8 mei 2015 heeft de kantonrechter verzoeker bericht het voornemen te hebben om het verzoek tot opheffing van de vereffening toe te wijzen en het verzoek voor het overige af te wijzen. Verzoeker is in die brief tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen danwel te wijzigen. Hiervan is door verzoeker echter geen gebruik gemaakt.
De boedelbeschrijving heeft conform de verplichting op grond van artikel 4:211 lid 3 BWPro ter inzage gelegen op griffie van deze rechtbank van 18 mei 2015 tot 29 juni 2015.
De overwegingen van de kantonrechter
De kantonrechter zal de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater bevelen gelet op de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.
Verzoeker vraagt ook om de vereffeningskosten vast te stellen op € 3.739,97, zijnde de kosten die door de notaris zijn gemaakt. Uit de toegestuurde stukken is de kantonrechter niet gebleken dat er een door de rechtbank benoemde vereffenaar is zodat het loon van de vereffenaar op grond van artikel 4:206 lid 3 BWPro niet kan worden vastgesteld. Voorts wordt overwogen dat er geen wettelijke grondslag is voor het vaststellen van het loon van de erfgenamen/vereffenaars om de vereffeningswerkzaamheden uit te voeren. Ook voor het vaststellen van het loon van een door de erfgenamen ingeschakelde notaris bestaat geen wettelijke grondslag. Dit kan evenmin onder de noemer van vereffeningskosten. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek om de vereffeningskosten vast te stellen op
€ 3.739,97 afwijzen.
Nu de kantonrechter niet is gebleken dat de beneficiaire aanvaarding door de erfgenamen een publicatieplicht met zich heeft meegebracht (in de Staatscourant of nieuwsbladen) kan worden volstaan met de inschrijving van de opheffing in het boedelregister.
De beslissing
De kantonrechter:
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van [naam] ,geboren te [geboorteplaats] op [1944] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] ;
bepaalt dat de opheffing van de vereffening van de nalatenschap dient te worden ingeschreven in het boedelregister;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.E.M. van Abbe, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..