Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslissing
[verdachte]wordt ten laste gelegd dat
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 februari 2015 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplichtigheid aan handel in merkvervalste horloges van het merk Ice-Watch. De zaak betrof een periode van april 2012 tot maart 2013, waarin grote hoeveelheden vervalste horloges werden ingevoerd, opgeslagen en verkocht.
Tijdens het onderzoek werden doorzoekingen verricht bij medeverdachten en in een opslagruimte, waar de vervalste horloges werden aangetroffen. Medeverdachten erkenden de handel en waren verantwoordelijk voor invoer en verkoop. Verdachte kwam in het dossier voor omdat hij een betaling aan China had gedaan en een opslagbox huurde waar de horloges werden opgeslagen.
De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte wetenschap had van de vervalsing of bewust met die mogelijkheid rekening moest houden. De enkele feiten dat verdachte een betaling deed en een opslagruimte huurde waren onvoldoende om medeplichtigheid vast te stellen. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De uitspraak werd bij verstek gedaan, na kennisname van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek ter terechtzitting van 19 januari 2015. De rechtbank bevestigde haar bevoegdheid en ontvankelijkheid van het OM. De tenlastelegging betrof primair medeplegen en subsidiair medeplichtigheid aan handel in merkvervalste goederen, waaronder horloges, parfum en zonnebrillen, valselijk voorzien van het merk Ice-Watch en andere merken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplichtigheid aan handel in merkvervalste horloges.