Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 april 2015;
- het proces-verbaal van comparitie van 27 juli 2015.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
400,00(2 punten x tarief € 200,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zorgverlener [eiseres] heeft in november en december 2014 thuiszorg verleend aan [gedaagde] en zijn echtgenote [A]. Na een meningsverschil op 15 december 2014 heeft [gedaagde] de zorgverlener verzocht te vertrekken, waarna de zorg werd beëindigd. [eiseres] stuurde vier facturen ter betaling, die door [gedaagde] niet zijn voldaan. [eiseres] vordert betaling van de facturen, wettelijke rente en incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat de zorgovereenkomst een overeenkomst van opdracht betreft en dat [gedaagde] naast zijn echtgenote aansprakelijk is voor de facturen die aan haar zijn gericht, omdat deze kosten deel uitmaken van de gewone gang van de huishouding. Het verweer van [gedaagde] dat de zorg niet optimaal was, wordt verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing.
Verder wordt geoordeeld dat de opzegtermijn van een maand in de zorgovereenkomst vernietigbaar is ten nadele van de niet-professionele opdrachtgever [gedaagde]. De zorgovereenkomst is op 15 december 2014 beëindigd, waardoor [gedaagde] niet gehouden is de uren in verband met de opzegtermijn te betalen. De vordering wordt daarom verminderd met € 840,00. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 3 februari 2015 en de incassokosten worden toegewezen tot het wettelijke maximum. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.692,50 met wettelijke rente en incassokosten, met aftrek van uren in verband met opzegtermijn.