ECLI:NL:RBMNE:2015:6880

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 september 2015
Publicatiedatum
18 september 2015
Zaaknummer
4332409 UT VERZ 15-15634
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 265 RvArt. 270 lid 1 RvArt. 1:12 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verkoop woning uit nalatenschap minderjarigen

Verzoekster, als voogd en testamentair bewindvoerster, verzoekt de kantonrechter om machtiging tot verkoop van een woning behorende tot de nalatenschap van een overledene, waarvan de minderjarige kinderen erfgenamen zijn.

De woning is getaxeerd op €257.000 en er is een koopovereenkomst met een koopsom van €260.000. De bevoegdheid van de kantonrechter wordt getoetst aan de hand van de woonplaatsen van de minderjarigen en hun gezagsdragers. Hoewel verschillende rechtbanken bevoegd zouden zijn, hebben partijen gezamenlijk verklaard geen verwijzing naar een andere rechtbank te wensen.

De kantonrechter oordeelt dat de machtiging verleend kan worden en acht dit in het belang van de minderjarigen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Machtiging tot verkoop van de woning uit de nalatenschap wordt verleend en beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer : 4332409 UT VERZ 15-15634
VB nummer : 107234
Beschikking van 18 september 2015
op verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde: mr. J.M. Kamphuis, werkzaam bij Kamphuis notariskantoor.
Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van de minderjarigen:
[minderjarige 1],
geboren te [geboorteplaats] op [1998] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: minderjarige c.q. [minderjarige 1] .
Verzoekster heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van voogd en tevens als testamentair bewindvoerster.
en
[minderjarige 2],
geboren te [geboorteplaats] op [2002] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: minderjarige c.q. [minderjarige 2] .
Verzoekster heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van testamentair bewindvoerster.

1.De procedure

1.1.
In de brief van 24 juli 2015 vraagt gemachtigde aan de kantonrechter om machtiging te verlenen tot verkoop van een onroerend goed, zijnde de woning aan het [adres] te [woonplaats] . De woning behoort tot de nalatenschap van [A] , in welke nalatenschap de minderjarigen als erfgenaam gerechtigd zijn.
1.2.
Overgelegd is een uitgebreide waardeverklaring van een onafhankelijke makelaar waaruit een marktwaarde blijkt van € 257.000,--. Tevens is een koopovereenkomst overgelegd waarin een koopsom vermeld staat van € 260.000,--.

2.De overwegingen van de kantonrechter

2.1.
De kantonrechter overweegt aangaande zijn bevoegdheid dat op grond van artikel 265 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd is om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. Ingevolge artikel 1:12 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt de minderjarige de woonplaats van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent.
2.2.
Het voorgaande houdt in dat op grond van artikel 1:12 lid 1 BW Pro met betrekking tot [minderjarige 1] de rechtbank Overijssel, locatie Enschede bevoegd is, aangezien mevrouw [verzoekster] (voogd) in [woonplaats] woonachtig is. Met betrekking tot [minderjarige 2] is de rechtbank Den Haag, locatie Leiden bevoegd, nu de heer [B] (gezaghebbende vader) in [woonplaats] woonachtig is.
2.3.
Op grond van het bepaalde in artikel 270 lid 1 Rv Pro dient verwijzing naar de bevoegde rechter plaats te vinden, tenzij partijen hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen.
2.4.
Uit het e-mailbericht van mevrouw [verzoekster] van 17 september 2015 en uit het e-mailbericht van de heer [B] van 18 september 2015 blijkt dat beide partijen geen verwijzing wensen. Aangezien partijen hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen, acht de kantonrechter zich bevoegd kennis te nemen van bovengenoemd verzoek.
2.5.
De kantonrechter overweegt dat de verzochte machtiging op basis van de overgelegde documenten kan worden verleend. De kantonrechter acht het verzochte in het belang van de minderjarigen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verleent machtiging tot verkoop en levering van de onroerende zaak gelegen aan het [adres] , [postcode] te [woonplaats] , voor de in het overgelegde koopcontract vermelde koopsom;
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.