Verzoekers, als vereffenaars en erfgenamen van de nalatenschap van de overledene, hebben verzocht om opheffing van de vereffening van de nalatenschap en vaststelling van de vereffeningskosten. De baten van de nalatenschap zijn onvoldoende om alle preferente schulden te voldoen, wat aanleiding geeft tot opheffing van de vereffening.
Aanvankelijk werd verzocht om vaststelling van de kosten op €575, maar na verzoek om nadere onderbouwing en overlegging van een declaratie, is het verzoek aangepast tot €383,50 exclusief BTW. Deze kosten betreffen het advies dat de erfgenamen hebben gevraagd aan een gemachtigde over de vereffeningswerkzaamheden, terwijl zij de overige werkzaamheden zelf hebben verricht.
De kantonrechter oordeelt dat deze advieskosten als vereffeningskosten ten laste van de nalatenschap kunnen komen, maar dat overige kosten voor professionele uitvoering van werkzaamheden niet als vereffeningskosten kunnen worden aangemerkt. De opheffing van de vereffening wordt bevolen en de kosten worden vastgesteld op het genoemde bedrag, dat ten laste komt van de boedel of, indien onvoldoende, van de erfgenamen.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.