Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[naam financiële zorgverlener],
Rechtbank Midden-Nederland
De bewindvoerder verzocht de kantonrechter om machtiging voor het in rekening brengen van 3,5 extra uren in verband met werkzaamheden rondom de nalatenschap van de rechthebbende. Deze werkzaamheden betroffen een zitting en het beoordelen van informatie.
De kantonrechter overwoog dat sinds 2015 de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren geldt, waarin een forfaitair systeem is opgenomen. Extra uren kunnen slechts worden toegekend bij uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 van Pro deze regeling.
Hoewel de bewindvoerder stelde dat sprake was van uitzonderlijke omstandigheden, waaronder verduistering van het erfdeel en testamentair bewind, oordeelde de kantonrechter dat deze situaties tot de reguliere werkzaamheden behoren en niet uitzonderlijk zijn. Ook toekomstige procedures om het erfdeel terug te krijgen zijn nog niet gemaakt en onvoldoende concreet.
Daarom werd het verzoek om extra uren te mogen declareren afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek om 3,5 extra uren in rekening te mogen brengen wordt afgewezen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.