De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen van verzoeker, ingesteld op 18 december 2013. Verzoeker en zijn persoonlijke begeleider stelden dat voortzetting van het bewind niet langer nodig is vanwege significante verbetering van het geestelijk welzijn van verzoeker.
De persoonlijke begeleider ondersteunt verzoeker momenteel vier uur per week en verwacht deze ondersteuning na 1 januari te kunnen verminderen tot twee uur, met een netwerk van personen die aanvullende hulp en financiële ondersteuning kunnen bieden. Hoewel er nog schulden zijn waarvoor een minnelijk akkoord loopt, is de problematiek die tot de schulden leidde voorbij.
De bewindvoerder erkende de vooruitgang, maar stelde dat het moeilijk is in te schatten of verzoeker volledig zelfstandig kan functioneren. Desondanks achtte de kantonrechter, gezien de omstandigheden en de geboden ondersteuning, opheffing van het bewind gerechtvaardigd. De beschikking tot opheffing werd uitgesproken op 21 oktober 2015, met ingang van 1 november 2015.