De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 4 september 2015 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De tenlastelegging betrof het telen van hennepplanten in een pand en het illegaal aftappen van stroom van Liander N.V. voor de hennepplantage.
Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat de politie zonder geldige machtiging een woning doorzocht door onder meer een vaatwasser te verplaatsen en een verborgen luik te openen, wat leidde tot het aantreffen van een hennepplantage. De rechtbank oordeelde dat deze doorzoeking onrechtmatig was en dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim, hetgeen leidde tot bewijsuitsluiting van de hennepteelt.
Voor de diefstal van elektriciteit was er echter voldoende wettig en overtuigend bewijs, waaronder een aangifte van Liander en een bekentenis van verdachte. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gedeeltelijk voorwaardelijke werkstraf en een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, rekening houdend met eerdere veroordelingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de hennepteelt, verklaarde de diefstal van elektriciteit bewezen en strafbaar, en legde een straf op die bestaat uit 60 uur werkstraf (waarvan een deel niet ten uitvoer wordt gelegd) en 2 dagen gevangenisstraf, met een proeftijd van 2 jaar.