Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
gevestigd te Almere,
verzoekster,
gemachtigde mr. J.M.P. Blom, advocaat te Lelystad,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
gemachtigde mr. G.G.A.J.M. van Poppel, advocaat te Utrecht.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek van Stichting ABVO tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een docente vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De docente had ernstige beschuldigingen geuit tegen de adjunct-directeur, waaronder pesten en fraude, die onvoldoende waren onderbouwd. Diverse gesprekken en functioneringsgesprekken hadden eerder al spanningen aan het licht gebracht.
De kantonrechter oordeelde dat het vertrouwen tussen partijen dermate was geschaad dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk was. Hoewel de e-mails van de docente ernstig van toon waren, vormden deze geen dringende reden voor onmiddellijke beëindiging. De verstoring was vooral te wijten aan het gedrag van de docente zelf.
Er werd een vergoeding toegekend aan de docente van €15.840 bruto, gebaseerd op de kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,25, rekening houdend met haar opgebouwde rechten en uitkeringen. ABVO kreeg de gelegenheid het verzoek in te trekken, en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie en er wordt een vergoeding van €15.840 toegekend aan de docente.