ECLI:NL:RBMNE:2015:7599
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in zijn strafzaak, stellende dat de rechter vooringenomen en niet onpartijdig zou zijn vanwege het niet willen horen van een verbalisant als getuige.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en overwogen dat het afwijzen van een getuigenverzoek op zichzelf geen reden is voor wraking, tenzij er sprake is van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. De rechter had het verzoek tot het horen van de verbalisant afgewezen omdat deze niet daadwerkelijk bij de aanhouding betrokken was en zijn bevindingen schriftelijk had vastgelegd, terwijl andere verbalisanten wel als getuigen werden gehoord.
De wrakingskamer concludeerde dat de rechter de zaak zorgvuldig wilde onderzoeken en niet reeds een oordeel had gevormd. Er zijn geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en de strafprocedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.