Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert eiseres vergoeding van schade veroorzaakt door een stagiaire die tijdens haar stage bij eiseres een spa liet overstromen. Eiseres stelt dat de stagiaire bewust roekeloos handelde en dat het ROC als onderwijsinstelling aansprakelijkheid heeft aanvaard. De rechtbank stelt vast dat de stagiaire de spa bijvulde en tussentijds controleerde, maar dat dit slechts een inschattingsfout betreft en geen bewuste roekeloosheid.
De rechtbank toetst de aansprakelijkheid aan artikel 7:661 BW Pro, dat bepaalt dat een stagiaire gelijkgesteld wordt aan een werknemer en niet aansprakelijk is tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. De gestelde bewuste roekeloosheid wordt door de rechtbank niet bewezen geacht, mede omdat de stagiaire zorgvuldigheid betrachtte door de kraan terug te draaien en het waterpeil te controleren.
Verder wijst de rechtbank het standpunt van eiseres af dat het ROC aansprakelijkheid heeft aanvaard op grond van de algemene voorwaarden. De uitsluiting van aansprakelijkheid in de voorwaarden betekent niet dat het ROC op voorhand aansprakelijk is. Omdat de stagiaire niet aansprakelijk is, vervalt ook de grondslag voor aansprakelijkheid van het ROC.
De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de stagiaire en het ROC. De rechtbank concludeert dat de schade het gevolg is van een inschattingsfout en niet van bewuste roekeloosheid, waardoor geen aansprakelijkheid bestaat.
Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen omdat geen sprake is van bewuste roekeloosheid van de stagiaire.