ECLI:NL:RBMNE:2015:7889

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 november 2015
Publicatiedatum
6 november 2015
Zaaknummer
C/16/401939 / HA RK 15-240
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 BWArt. 4:206 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van vereffenaars voor onbeheerde nalatenschap wegens onduidelijke erfgenamen

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 november 2015 een beschikking gegeven over de nalatenschap van een overleden persoon die ongehuwd was en geen geregistreerde partner had. De nalatenschap betreft een woning belast met een hypotheek ten behoeve van verzoeker ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. De erfgenamen zijn onbekend omdat de kinderen, ouders en broer de nalatenschap hebben verworpen.

Verzoeker heeft de rechtbank verzocht twee vereffenaars te benoemen op grond van artikel 4:204 lid 1 sub b BW Pro, omdat de nalatenschap onbeheerd is en het gevaar bestaat dat de schuldeiser niet volledig of tijdig wordt voldaan. De rechtbank overweegt dat de vordering van verzoeker ruim € 480.000 bedraagt en dat de woning in 2011 te koop stond voor bijna € 495.000. Gezien het ontbreken van erfgenamen en het oplopen van betalingsachterstanden, acht de rechtbank het benoemen van vereffenaars noodzakelijk.

De rechtbank benoemt mr. C en mr. D als vereffenaars, die ieder zelfstandig werkzaamheden kunnen verrichten. De vereffenaars worden verplicht hun benoeming onverwijld bekend te maken in de Staatscourant en het AD Utrechts Nieuwsblad, conform wettelijke voorschriften. De griffier wordt opgedragen de benoeming in het boedelregister in te schrijven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank benoemt twee vereffenaars voor de onbeheerde nalatenschap en legt hen publicatieverplichtingen op.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/402421 / HA RK 15/245
Beschikking van 6 november 2015
in de zaak van
ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
verder te noemen verzoeker,
advocaat mr. L.C.A. van Bokhoven.
Het verzoek heeft betrekking op de nalatenschap van:
[A], geboren te [geboorteplaats] op [1960] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.

1.De procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het op 20 oktober 2015 ingekomen verzoekschrift, dat strekt tot benoeming van twee vereffenaars van de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:204 Burgerlijk Pro Wetboek (verder: BW).
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht het verzoek zonder mondelinge behandeling af te doen. Daarom zal de rechtbank zonder mondelinge behandeling een beslissing geven.

2.Feiten

Erflater was ten tijde van zijn overlijden enig eigenaar van de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Deze woning is belast met een hypotheek ten behoeve van verzoeker, hetgeen blijkt uit een hypotheekakte, verleden op 19 april 2007. Voor de hypothecaire geldlening was erflater ten tijde van zijn overlijden aansprakelijk.
Volgens opgave van het Centraal Testamentenregister zijn geen akten op naam van erflater bekend.
Erflater was ten tijde van zijn overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. Hij heeft twee kinderen achtergelaten, die de nalatenschap beiden hebben verworpen. Verder hebben de ouders en broer van erflater de nalatenschap verworpen. Uit het boedelregister blijkt dat ook [B] de nalatenschap heeft verworpen.
Het is verzoeker niet bekend wie nu erfgenamen zijn van erflater.

3.Beoordeling van het verzoek

3.1.
Op grond van artikel 4:204 lid 1 sub b BW Pro kan, als de nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, de rechtbank een vereffenaar benoemen op verzoek van een schuldeiser van de nalatenschap wanneer voor hem het gevaar bestaat dat hij niet ten volle of niet binnen een redelijke tijd zal worden voldaan, omdat de nalatenschap niet toereikend is of niet behoorlijk beheerd en afgewikkeld wordt.
3.2.
De rechtbank overweegt dat de nalatenschap niet beneficiair is aanvaard en dat verzoeker schuldeiser van de nalatenschap is. Volgens verzoeker beloopt de vordering van verzoeker € 480.054,76 per 13 oktober 2015, waarvan onderdeel is een achterstand per die datum van € 12.341,74.
De woning aan de [adres] in [woonplaats] heeft volgens een door verzoeker overgelegde kopie van een verkoopbrochure in 2011 te koop gestaan voor een vraagprijs van € 495.000,-.
Omdat niet bekend is aan wie de nalatenschap toekomt, de nalatenschap nu niet wordt beheerd en de achterstand in de betalingen aan verzoeker steeds verder oploopt, is de rechtbank van oordeel dat het gevaar bestaat dat verzoeker niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan. De rechtbank zal daarom het verzoek een vereffenaar te benoemen toewijzen.
3.3.
Artikel 4:206 lid 1 BW Pro bepaalt dat de rechtbank niet beslist op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker, alsmede voor zover zij bestaan en bekend zijn, van de erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur. Verzoeker heeft te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling en de erfgenamen zijn niet bekend. Verder is geen sprake van een boedelnotaris en executeur. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek toewijzen zonder een zitting te bepalen.
3.4.
Uit de toegestuurde bereidverklaring blijkt dat mr. [C] en mr. [D] , beiden kantoorhoudende te [postcode] [vestigingsplaats] aan de [adres] , correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] , bereid zijn om tot vereffenaars te worden benoemd. Van bezwaren tegen de benoeming van de voorgestelde vereffenaars is niet gebleken. Derhalve zal de rechtbank mr. [C] en mr. [D] tot vereffenaars benoemen.
Op grond van artikel 4:206 lid 2 BW Pro kan ieder van hen alle werkzaamheden alleen verrichten.
3.5.
Verzoeker vraagt de rechtbank de vereffenaars uit oogpunt van kostenbesparing te ontheffen van de publicatieverplichtingen in een nieuwsblad, hen op te dragen de benoeming bekend te maken in de elektronische versie van de Staatscourant en te bepalen dat deze beschikking uitsluitend via rechtspraak.nl wordt gepubliceerd.
Artikel 4:206 lid 6 BW Pro bepaalt dat de griffier de benoeming van een vereffenaar onverwijld in het boedelregister doet inschrijven en dat de vereffenaar dit bekend maakt in de Staatscourant en in een of meer bij de benoeming voorgeschreven nieuwsbladen. De rechtbank overweegt dat dit artikellid dwingend voorschrijft op welke wijze de benoeming van een vereffenaar bekend gemaakt dient te worden en ziet daarin geen ruimte om anders te bepalen. Derhalve zal de rechtbank de griffier opdragen de benoeming van de vereffenaars onverwijld in het boedelregister in te schrijven en de vereffenaars opdragen hun benoeming bekend te maken in de Staatscourant en in het AD Utrechts Nieuwsblad, hetgeen overigens conform de Aanbeveling van het LOVCK over de publicatie van beschikkingen met betrekking tot de benoeming van een vereffenaar van 1 juni 2015 is. Uit deze Aanbeveling blijkt ook dat digitale publicatie in de Staatscourant kan worden begrepen onder ‘publicatie in de Staatscourant’.

4.Beslissing

De rechtbank
benoemt tot vereffenaars in de nalatenschap van erflater:
mr. [C] en mr. [D], beiden kantoorhoudende te [postcode] [vestigingsplaats] aan de [adres] , correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] , die op grond van de wet alle werkzaamheden alleen kunnen verrichten;
bepaalt dat de vereffenaars hun benoeming onverwijld bekend dienen te maken in de (digitale) Staatscourant en in het AD Utrechts Nieuwsblad;
draagt de griffier van deze rechtbank op deze benoeming onverwijld in het boedelregister in te schrijven;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijs het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 6 november 2015.